Foto wolf Utrechtse Heuvelrug: copyright Wolven in Utrecht
UTRECHTSE HEUVELRUG – Na de dood van wolf Bram op 1 december 2025 was er direct een andere wolf in het territorium: de enige gezenderde wolf van Nederland. Wolven in Utrecht noemde hem Sam, bij gebrek aan GW-code. Het wonderlijke is dat er sinds half januari 2026 op beelden geen gezenderde wolf te zien is. Er loopt wel een grote volwassen wolf bij wolvin Eva: zonder zender. En er zijn veel waarnemingen van wolven in het noorden van het territorium, richting Het Gooi. Een update over de roedel van de Utrechtse Heuvelrug met een paar van de mooie beelden die we uit het hele territorium toegestuurd krijgen.
Belangrijke update 19 mei 2026 na publicatie van dit artikel:
Op de A28 bij Leusden werd in de ochtend van dinsdag 19 mei een wolf doodgereden. Het is mogelijk een vrouwelijke jaarling uit 2025. Lees er alles over in Doodgereden wolf A28 mogelijk enige vrouwelijke jaarling Belle: Wolf kon zo door gat in afrastering de snelweg op.
Update roedel
De roedel van de Utrechtse Heuvelrug wordt langzaam groter. En dat is merkbaar aan het aantal zichtmeldingen. De twee mannelijke jaarlingen uit 2024 lijken al langere tijd vooral in het zuiden van de Heuvelrug te zijn. Sinds een paar maanden komen ook geregeld waarnemingen van wolven meer in het noorden van het territorium. Hans Hasper schreef op 13 mei 2026 op Facebook:
”Hoewel wolven in hechte familiegroepen leven, opereren ze ook vaak alleen. Soms bevindt een deel van de roedel zich in een specifiek deel van het territorium, terwijl andere roedelleden in een andere hoek van het gebied verblijven. Wolvenroedels zijn zelden compleet. Zodra ze bij elkaar willen komen, maken ze hun locaties aan elkaar kenbaar door te huilen.”
Het lijkt erop dat de jaarlingen uit 2025 vooral in het noorden aan het jagen en patrouilleren zijn.
Op wildcamera’s is een wolvenpaar te zien dat lijkt op de ouderdieren van de roedel. Maar er loopt geen gezenderde wolf. Opvallend is dat wolf Bram op vaste plekken markeerde, maar nu zijn er minder wolvendrollen en prenten te zien (ook door het eerdere droge voorjaar).
Waarnemingen van Eva en volwassen wolf
Wildcamerabeelden zijn lastig te beoordelen, zeker als het gaat om nachtopnames. Maar op een wildcamerabeeld kun je wel zien of een wolf een zender (halsband) draagt. De afgelopen maanden verscheen er steeds een grote volwassen wolf op de camera’s. Deze wolf draagt geen zender. Op beelden is ook te zien dat Eva drachtig was en welpen had gekregen. Nederland blinkt niet uit in transparantie over de wolven. Het is gissen naar wat er speelt. Is de zender afgevallen en is deze wolf nog in het territorium? Waar is de gezenderde wolf als hij niet meer in het territorium is? Of is hij ‘kwijt’?

Het beeldmateriaal op deze pagina mag niet worden gedownload en hergebruikt (met uitzondering van de twee laatste video’s met bron social media). Je mag uiteraard wel linken naar deze webpagina. Heb je vragen over de beelden, stel ze gerust via het contactformulier.
Een paar beelden van de afgelopen tijd. Wat opviel in meerdere beelden is dat de kleine wolvin soms angstig is, ook als het hard waait. De maandenlange jacht op wolf Bram heeft duidelijk sporen nagelaten. Dit gedrag hebben we vorig voorjaar namelijk niet gezien.
Een aantal waarnemingen afgelopen twee maanden
Waar zijn de wolven in Utrecht? Gezien de meldingen zo’n beetje overal in het territorium op de Utrechtse Heuvelrug. De afgelopen tijd waren er veel wolvenwaarnemingen. Het is de tijd dat oudere jaarlingen de roedel verlaten op zoek naar een eigen territorium. Het is daardoor niet duidelijk of de gesignaleerde wolven in de provincie Utrecht van de roedel van de Utrechtse Heuvelrug zijn of van zwervers.
- Op 1 mei 2026 werd een wolf gezien in Tull en โt Waal en Kedichem, Utrecht.
- Op 3 mei 2026 werd mogelijk een wolf gezien in Elst, Utrecht.
- Op 5 mei en 13 april 2026 werd mogelijk een wolf gezien in Leusden.
- Op 11 mei 2026 werd mogelijk een wolf gezien in Scherpenzeel (Utrecht/Gelderland)
- Op 14 mei 2026 werd een wolf gezien en gefilmd in Hagestein, Utrecht
- Op 15 mei 2026 werd mogelijk een wolf gezien Hei en Boeicop, Utrecht.
- Op 10 april en 17 april 2026 werd mogelijk een wolf gezien in Leersum, Utrecht.
- Op 15 april 2026 werd een wolf gezien in Hollandsche Rading, Utrecht.
- Op 28 april 2026 werd een wolf gezien en gefilmd in Everdingen, Utrecht.
- Op 29 april 2026 werd een wolf gezien Leerdam, Utrecht
Zenderen vijf wolven
De provincie Utrecht heeft toestemming gegeven aan de Zoogdiervereniging om vijf wolven van de Utrechtse Heuvelrug te vangen met een pootstrik, verdoven en zenderen. Dit is uiterst risico- en stressvol voor de roedel. Sommige leden van de roedel schrikken al van hun eigen schaduw door alle jachtactiviteiten en het doden van wolf Bram.
Dierenrechtenorganisatie Animal Rights wil voorkomen dat in Utrecht dit jaar vijf wolven worden gevangen, verdoofd en gezenderd. Je kunt ze steunen met een collectorsitem: penning Wolf Bram (โฌ 12,50). De winst gaat naar Anima Right:
Kijk voor eerdere waarnemingen ook hier:
Vragen over kamerbrief ‘probleemwolven’
”Probleemwolven” moeten volgens staatssecretaris Silvio Erkens (VVD) sneller worden aangepakt. Hij schreef een kamerbrief over dit onderwerp op 24 april 2026 . ”Wolven moeten sneller kunnen worden doodgeschoten of afgeschrikt.” Senatoren Koffeman en Nicolaรฏ (PvdD) hebben schriftelijke vragen gesteld aan de staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur over de bescherming van de wolf.
Schriftelijke vragen ex artikel 105 van het Reglement van Orde van de leden Koffeman en Nicolaรฏ (PvdD), op 24 april 2026 medegedeeld aan de staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur over bescherming van de wolf.
Vraag 1
Kent u het bericht โNederland kan voorbeeld Duitsland niet volgen om sneller wolven te dodenโ?
Vraag 2
Kent u het bericht โWolven afschrikken en sneller ingrijpenโ, staatssecretaris deelt plannenโ?
Vraag 3
Deelt u de opvatting van uw ambtsvoorganger dat het onderzoek van Wageningen University & Research met betrekking tot de staat van instandhouding van de wolf โeen realiteitsgehalte van 0,0โ zou hebben en dat de uitkomsten zoals gerapporteerd door de onderzoekers van Wageningen University & Research โgecanceldโ kunnen worden? Zo ja, op welke gronden? Zo nee, waarom niet?
Vraag 4
Is het waar dat een andere partij in opdracht van uw ambtsvoorganger alternatief onderzoek doet naar de staat van instandhouding en dat de resultaten daarvan voor de zomer verwacht worden? Zo ja, wat is de naam en achtergrond van het andere onderzoeksinstituut en hoe wilt u de uitkomsten van beide onderzoeksinstituten wegen? Zo nee, bent u bereid uw beleid met betrekking tot de consequenties van een ongunstige staat van instandhouding op korte termijn te vertalen in een strikt beschermingsbeleid
voor de wolf?
Vraag 5
Bent u met deze leden van mening dat alternatief onderzoek een motie van wantrouwen betekent voor de onderzoekers van Wageningen University & Research en bent u bereid zoโn alternatief onderzoek stop te (doen) zetten? Zo ja, op welke termijn en wijze wilt u de opdracht intrekken? Zo nee, welke duiding geeft u dan aan het in twijfel trekken van de onderzoeksuitkomsten van Wageningen University & Research?
Vraag 6
Zijn uw uitlatingen over het sneller ingrijpen en/of afschrikken van wolven te herleiden naar de onderzoeksresultaten van Wageningen University & Research, ambtelijk advies of (inter)nationale jurisprudentie? Zo ja, welke? Zo nee, waarop zijn uw uitlatingen ter zake dan gebaseerd?
Vraag 7
Is het waar dat houders van buiten gehouden dieren wettelijk verplicht zijn om hun dieren deugdelijk te beschermen tegen roofdieren? Zo nee, waarom niet? Zo ja, op welke wijze is er toezicht en handhaving van dit wettelijke voorschrift?
Vraag 8
Is het waar dat veehouders in 88,8 % van de situaties met wolvenaanvallen in het afgelopen jaar hun vee niet deugdelijk beschermd hadden zoals wettelijk voorgeschreven?Zo nee, wat is dan het juiste percentage? Zo ja, bent u bereid de NVWA opdracht te geven streng toe te zien op naleving van de wettelijke plicht tot bescherming van buiten gehouden dieren?
Vraag 9
Is het waar dat de NVWA pas in 2024 voor het eerst een waarschuwing heeft gegeven voor overtreding van de wettelijke bepalingen (zie vraag 7)? Zo ja, waarom is niet eerder gehandhaafd en waarom blijven sancties nog steeds uit? Zo nee, wanneer trad de NVWA eerder handhavend op in een kwestie als deze?
Vraag 10
Bent u bereid in overleg met de provinciale uitvoerders van schadevergoedingsregelingen te treden over het stoppen van schadevergoedingen aan veehouders die bij herhaling de wettelijke beschermingsplicht overtreden, waar de beloning van dergelijke wetsovertreding als uitlokking gezien kan worden? Zo nee, waarom niet? Zo ja, op welke termijn en wijze?
Vraag 11
Bent u bereid de handhavingscapaciteit van de NVWA uit te breiden en marktpartijen duidelijk te maken dat wetsovertredingen ter zake niet langer gedoogd zullen worden? Zo ja, op welke termijn en wijze? Zo nee, waarom niet?
Het hele document met schriftelijke vragen is online te lezen.
Belangrijke politieke achtergronden:
Uitspraken Zoet en Rummenie over uitzonderingspositie Nederland
Nederland vroeg begin dit jaar samen met Belgiรซ en Luxemburg om een uitzonderingspositie over de wolvenstand bij de Europese Commissie. Demissionair staatssecretaris Rummenie had dit op de valreep van zijn ambtstermijn met deze landen besproken.
Mark Fisher, auteur van Self-willed Land en honorair lid van het Wildland Research Institute aan de Universiteit van Leeds, schreef eerder twee artikelen over de ontwikkelingen in Europa en hij vertelt over deze ontwikkelingen:
Krantenberichten medio februari gaven aan dat de voormalige Nederlandse staatssecretaris Jean Rummenie en Jo Brouns, Vlaams minister van Landbouw en Omgeving, samen met een onbekende vertegenwoordiger van Luxemburg, verkennende gesprekken hadden gevoerd over het benaderen van de Europese Commissie om te verzoeken om een speciale uitzondering op het beheer van wolvenpopulaties (1,2). Zowel Rummenie als Brouns gebruikten dezelfde argumenten, namelijk dat de drie landen dichtbevolkt zijn en dat wolven nationale grenzen niet respecteren, zodat zij allemaal deel uitmaken van dezelfde populatie. Rummenie zei dat het vreemd was dat elk land afzonderlijk moest bepalen hoe zijn wolvenpopulatie zou moeten voortbestaan. Hij wilde een meer centraal beheerd Europees wolvenbeleid, waarbij de Europese Commissie proactiever zou zijn in het waarborgen van een logische verdeling over de landen (1). Brouns was minder specifiek en zei dat zij, in plaats van dat de drie landen elk hun eigen aanpak ontwikkelen, in de toekomst samen wilden werken om een gunstige staat van instandhouding voor de wolf te bereiken (2). Zodra er een stevig voorstel zou liggen dat door alle deelnemende landen en regioโs werd gedeeld, zei hij, zouden zij de Europese Commissie benaderen.
Uit de krantenberichten werd niet duidelijk waarop de stelling was gebaseerd dat de drie landen als een speciaal geval zouden moeten worden beschouwd, zelfs al zou dit mogelijk zijn onder de Habitatrichtlijn. Er werd in de Nederlandse krant slechts kort melding gemaakt van een rapport dat in opdracht van de Europese Commissie was opgesteld en waarin werd geconcludeerd dat de Europese wolvenregio in totaal 500 roedels moet herbergen om het voortbestaan van de soort in het wild te waarborgen (1). Enige aanwijzing wordt echter gegeven in een interview eind december met Gedeputeerde van Gelderland Harold Zoet over de vermeend groeiende angst voor wolven in de gemeente Barneveld. Zoet zou zich zeer bezorgd hebben getoond over de huidige situatie van wolven in Nederland โ โWe moeten beginnen met schieten, anders wachten we alleen maar op een dodelijk ongelukโ (3). Hij zei verder dat hij pleitte voor het idee van de Noorse expert John Linnell en de Italiaan Luigi Boitani, die van mening waren dat er een uitzondering zou moeten zijn voor de Beneluxlanden, omdat het leefgebied van de wolf daar zogenaamd te klein zou zijn โ โZij geloven dat Nederland ongeveer vijftig tot zestig wolven zou kunnen herbergen, en daar ben ik het mee eens.โ
Zoet verwees naar een adviserend rapport dat Linnell en Boitani hadden geschreven over het ontwikkelen van een methodologie voor het vaststellen van Gunstige Referentiewaarden voor grote carnivoren in Europa, een afschuwelijk rapport dat veel te complex was en dat ik eerder heb bekritiseerd (4,5). De auteurs hadden geen serieuze poging gedaan om een methode te identificeren om ecologische effectiviteit te beoordelen als parameter van een gunstige staat van instandhouding, met als afwijzing dat een groot roofdier, zoals de wolf, geen natuurlijk wild bestaan zou kunnen vertonen in een aangepast landschap. Bovendien liet het rapport de EU-lidstaten te veel speelruimte om hun eigen oordeel te vellen over wat zij bijdroegen aan de verschillende subpopulaties van wolven in Europa. Het lijkt er in elk geval op dat dit rapport voor Zoet en Rummenie precies zei wat zij wilden horen, behalve dat het niet stelde dat er een uitzondering zou moeten zijn voor de Beneluxlanden, noch dat Nederland ongeveer vijftig tot zestig wolven zou kunnen herbergen. Dit behoeft enige toelichting.
In eenvoudige bewoordingen probeerden Linnell en Boitani voor elke EU-lidstaat een draagkracht voor wolven te bepalen door middel van een zeer grove analyse van de oppervlakte van hun half-natuurlijke habitats (zie kader 3 op pagina 31 in (6)). Vervolgens deelden zij de lidstaten in drie grootteklassen in, op basis van willekeurige bandbreedtes van die oppervlakten. Zo werden Nederland, Belgiรซ, Luxemburg en Denemarken gedefinieerd als kleine landen met minder dan 10.000 kmยฒ aan half-natuurlijke habitats. Daarnaast werden landen gedefinieerd als middelgroot met 10.000โ50.000 kmยฒ (Sloveniรซ, Estland, Letland, Litouwen, Slowakije, Kroatiรซ, Tsjechiรซ, Oostenrijk, Portugal, Hongarije en Bulgarije) en als groot met alles van 50.000โ346.000 kmยฒ (Griekenland, Roemeniรซ, Italiรซ, Polen, Finland, Duitsland, Zweden, Spanje, Frankrijk).
In tegenstelling tot wat Zoet beweerde, stelden zij geen kwantitatieve doelen vast voor wolvenroedels in de kleine landen, maar alleen dat deze landen de permanente aanwezigheid van reproductieve eenheden van grote carnivoren in een aanzienlijk deel van het land zouden moeten toestaan.
Vervolgens deden zij aanbevelingen voor de grootte van wolvenpopulaties, waarbij zij aangaven dat middelgrote landen ten minste 50 wolvenroedels zouden moeten hebben, en grote landen meer dan 50 en idealiter zo dicht mogelijk bij 500 wolvenroedels (zie p. 49 in (6)). In ecologische termen worden deze aantallen voor de middelgrote en grote grootteklassen gebruikt bij het vaststellen van doelen voor populatieherstel, waarbij dit laatste cijfer van 500 roedels wordt beschouwd als de effectieve populatiegrootte die nodig is voor het behoud van wolven op de lange termijn om genetische achteruitgang te voorkomen, terwijl op de korte termijn wolvenpopulaties dringend een effectieve populatiegrootte van 50 moeten bereiken. In tegenstelling tot wat Zoet beweerde, stelden zij geen kwantitatieve doelen vast voor wolvenroedels in de kleine landen, maar alleen dat deze landen de permanente aanwezigheid van reproductieve eenheden van grote carnivoren in een aanzienlijk deel van het land zouden moeten toestaan. Desondanks lijkt het zeer waarschijnlijk dat zowel Rummenie als Zoet de classificatie van Nederland, naast Belgiรซ en Luxemburg, als kleine landen hebben aangegrepen om de bevindingen van een studie naar Gunstige Referentiewaarden voor wolven in Nederland te verwerpen, een studie die was gebaseerd op een veel rigoureuzere beoordeling van habitatgeschiktheid.
Ik heb eerder geschreven over Rummenieโs kritiek op die studie, ondanks het feit dat deze door hem was besteld (3). Het is de moeite waard erop te wijzen dat de studie een ondergrens erkende van 3.200 kmยฒ aan zeer geschikt habitat in Nederland voor kolonisatie door wolven, maar dat, indien gebieden van mindere kwaliteit, hoewel nog steeds geschikt, uiteindelijk ook zouden worden gekoloniseerd, het gekoloniseerde areaal 18.100 kmยฒ zou kunnen bedragen (7). Dat zou Nederland plaatsen in de middelgrote oppervlakklasse, met een aanbeveling van ten minste 50 wolvenroedels. Dit is in overeenstemming met de bovengrens van het bereik dat in de studie werd vastgesteld, namelijk 56 wolvenroedels.
Dat zou Nederland plaatsen in de middelgrote oppervlakklasse, met een aanbeveling van ten minste 50 wolvenroedels.
Er is geen ontkomen aan de conclusie dat Rummenie en Zoet, en mogelijk zelfs Brouns, door te proberen de Beneluxlanden tot een speciaal geval te maken, probeerden de huidige natuurlijke uitbreiding van wolven te ondermijnen en af te remmen. Het ging dus niet om ecologische overwegingen over wat elk land zou kunnen bijdragen aan het langetermijnbehoud van de wolvenpopulatie in West-Europa. In plaats daarvan ging het om een intolerantie ten aanzien van de toenemende aanwezigheid van een wilde soort waarmee zij te bevooroordeeld zijn om te leren samenleven. Rummenie is in ieder geval geen staatssecretaris meer (8).โ











